Frans Baert

Frans Baert  |  Publicaties  |  Specialisaties


Doctor in de Rechten
Licentiaat in het Notariaat
Licentiaat in de Politieke en Diplomatieke Wetenschappen
Baccalaureaat in de Wijsbegeerte



   


Frans Baert behaalde op 13 juli 1949 met grote onderscheiding het diploma van Doctor in de Rechten aan de K.U. Leuven. In 1947 had hij aan dezelfde universiteit met grote onderscheiding het Bacchalaureaat in de Wijsbegeerte behaald. In september 1949 behaalde hij aan de K.U. Leuven met grote onderscheiding het diploma van Licentiaat in het Notariaat. Tenslotte werd hij nog, met onderscheiding, licentiaat in de Politieke en Diplomatieke wetenschappen in 1953. Hij liet zich als stagiair inschrijven aan de Balie te Gent, per 8 oktober 1949. Zijn patroon was Mr. Jozef Demeester.

Als advocaat behandelde Frans Baert de meest verschillende soorten zaken, doch hij specia-liseerde zich voornamelijk in het erfrecht en wat daar bij komt kijken; verder ook in administratief recht, landpachtrecht, en in het algemeen het gehele burgerlijk recht.

Vanaf 1968 werkte hij als vennoot van de mede door hem opgerichte advocatenassociatie Baert-Van Severen-Vanbiervliet, nadien en tot heden Frans Baert en Vennoten. Frans Baert was openingsredenaar op de plechtige openingsvergadering van de Vlaamse Conferentie van de Balie in 1956, met een voordracht over de goede trouw bij de uitvoering van overeenkomsten.

Lid van het bestuur van de Vlaamse Conferentie, eerst gewoon lid, dan penningmeester en na-dien secretaris, was hij voorzitter van de Conferentie van 1965 tot 1967. Hij werd in 1965 voor het eerst gekozen tot lid van de Raad van de Orde van Advocaten te Gent, en bleef dit met de normale onderbrekingen tot 1998. Stafhouder van de Orde van Advocaten was hij van 1979 tot 1981. Sinds 1965 is hij lesgever aan de stageschool van de Balie te Gent, waar hij doceert over de structuur van de Balie, en over de relaties tussen advocaten onderling.

Hij was ook afgevaardigde van zijn Balie bij de Internationale Unie van Advocaten (I.U.A.), en van 1965 tot 1985 bestuurslid van de Vlaamse Juristenvereniging. Op de slotzitting van het congres van de Vlaamse Juristenvereniging in 1990 was hij de feestredenaar. Hij was plaatsvervangend rechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Gent van 1957 tot 1968, toen hij ontslag nam wegens het aanvaarden van een politiek mandaat. Frans Baert was jarenlang lesgever in burgerlijk recht, strafrecht, sociaal recht en deontologie aan verscheidene hogescholen in Gent, nl. het Provinciaal Handels- en Taalinstituut, de school voor verpleegkundigen Sinte Geertruid.

Als senator en volksvertegenwoordiger was hij lid, c.q. secretaris en ondervoorzitter van de Commissies voor de Justitie en de Grondwetsherziening. In de Kamer was hij tevens voor-zitter van de Commissie Handels- en Economisch recht. Hij was rapporteur van belangrijke wetten, aldus o.m. de wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijds rechten en plichten van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels, de wet van 14 mei 1981 tot wijziging van het erfrecht van de langslevende echtgenoot. In de Senaat zat hij de werkgroep voor die de wetten voorbereidde van 26 juni 1990 betreffende de bescher-ming van de persoon van de geesteszieke, en van 18 juli 1991 betreffende de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeel-telijk onbekwaam zijn om die te beheren. Hij nam in november 1990 deel, als afgevaardigde van het Belgische Parlement, aan een Internationaal Symposium georganiseerd door de Commissie voor de Grondwetsherziening van Roemeense Parlement ter voorbereiding van een democratische nieuwe Grondwet voor Roemenië.

Frans Baert was sinds de oprichting ervan lid van het Wervingscollege der Magistraten, en bleef dit tot het einde, in 2000. Hij maakte deel uit van de werkgroep die het examenprogramma voorbereidde en was verder één van de actiefste leden van het College. Hij is ook mede-oprichter en lid van de redactieraad van de Algemene Practische Rechts-verzameling (A.P.R.). Frans Baert publiceerde over algemene rechtsbeginselen, grondwettelijk recht, burgerlijk recht en gerechtelijk recht, met aandacht voor de rechtsvergelijking.